Nieuwe vestiging van rosse vleermuizen op Voorne

In het weekend van 29 juni tot en met 1 juli 2012 heeft de Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland en de Veldwerkgroep van de Zoogdiervereniging een vleermuizen weekend op Voorne georganiseerd.

Het doel van het weekend was om kraamkolonies van boombewonende vleermuizen op te sporen en te tellen. Bijzondere aandacht was er voor de rosse vleermuis, een soort die wel enige malen foeragerend is waargenomen op Voorne maar die vanouds ontbrak op Voorne (en op de Zeeuwse eilanden ten zuiden daarvan).

Tijdens het weekend werden maar liefst 8 kraamkolonies van vleermuizen in oude bomen gevonden. De meeste kolonies waren aanwezig in een oude bomenlaan aan de noordrand van het landgoed Mildenburg, in handen van St. ZHL. Er werden maar liefst drie bomen gevonden met rosse vleermuizen, met gezamenlijk tenminste 30 dieren. De overige kolonies hadden betrekking op watervleermuizen.

Naast Midenburg en 't Reigersnest werden ook twee kolonies van watervleermuizen gevonden op het landgoedje Olaertsduin. Het is voor het eerst dat er verblijfplaatsen van rosse vleermuizen op Voorne zijn aangetroffen. De soort lijkt zijn verspreidingsgebied langs de kust uit te breiden en heeft de relatief gesoleerde oude bomen vanuit de omgeving van Den Haag weten te vinden.

Soorten die afhankelijk zijn van oude bossen met een vaak geringe dispersie ontbraken vanouds op Voorne. Goede voorbeelden uit zijn vogelwereld zijn bosuil, boomklever, kleine bonte specht en glanskop.

De bosuil heeft eind jaren zeventig de oversteek gemaakt naar Voorne terwijl de boomklever de oversteek pas eind jaren negentig maakte. Eenmaal op Voorne hebben beide soorten zich fors kunnen uitbreiden in het binnenduingebied. De rosse vleermuis kan inmiddels ook opgenomen worden in dit rijtje met nieuwe soorten. De kleine bonte specht en de glanskop ontbreken vooralsnog.

De uitbreiding van de rosse vleermuis in West Nederland is het gevolg van populatiegroei in de oude kerngebieden in het binnenduingebied ten noorden van Den Haag en uitbreiding van geschikt habitat door toegenomen ouderdom en variatie in het bos. Vooral oude eiken en beuken in landgoederen zijn van groot belang. De aanleg van grote recreatieplassen als foerageergebied heeft vermoedelijk ook een gunstige rol gespeeld; veel rosse vleermuizen blijken te jagen boven open plassen.

Samen met de beheerder ZHL zal de komende tijd worden afgestemd hoe de kolonies in oude bomen zoveel mogeliijk veilig gesteld kunnen worden in de toekomst.

Kees Mostert