Resultaten Meervleermuis simultaantelling Zuid-Hollandse kolonies 2012

Door Gerben Achterkamp en Anne-Jifke Haarsma

Op vrijdagavond 13 juli 2012 organiseerde Stichting Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland een simultaantelling van de twee (nog) bekende meervleermuis kraamkolonies in Reeuwijk en Waddinxveen. In dit artikel worden de telreultaten besproken. Volgend jaar zal de telling op vrijdagavond 21 juni 2013 plaatsvinden.

Waarom tellen?

De meervleermuis is een bijzondere vleermuissoort. In Nederland is de soort redelijk algemeen, in de rest van Europa is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam. We dragen dus een grote verantwoordelijkheid voor deze zoogdiersoort. Tijdens de wintertellingen wordt slechts zo'n 5% de van de geschatte zomerpopulatie waargenomen (Haarsma, 2011). Hierdoor zijn fluctuaties in populatie aantallen moeilijk zijn te bepalen

Zomertellingen zijn belangrijk om toe- of afname van de populatie te bepalen. Het simultaan tellen van alle Nederlandse kraamverblijven is hiervoor de beste methode (Haarsma & Tuitert, 2009). Dat kan het beste gebeuren rond half juni, op dat moment kan het maximale aantal uitvliegers geteld worden (Bochhove, 2007).

Wanneer tellen?

Al sinds de jaren 80 vinden tellingen van meervleermuiszomerverblijven plaats rond 21 juni. Deze datum valt samen met de piek in het aantal dieren in de kolonie. Verder zijn rond die datum eventuele jonge dieren nog goed van de volwassen dieren te onderscheiden. Over het algemeen vliegen de jongen dieren veel later uit, hebben een dwarrelige vlucht en blijven rond het verblijf hangen (Haarsma, 2011). Dit jaar vond de meervleermuistelling in Zuid-Holland pas half juli plaats. Deze late teldatum kan een negatief effect hebben op de resultaten.

Telinstructie

De meervleermuis vliegt meestal een half uur na zonsondergang uit. Op 13 juli ging de zon om 21.55 uur onder, wij hebben daarom geteld vanaf 21:45 uur en konden nog even een praatje maken met bewoners, met z'n allen even de uitvliegopeningen bekijken en tellers verdelen over de verschillende uitvliegopeningen. Indien mogelijk werd geteld zodat de dieren zichtbaar waren met de lucht als achtergrond. Met batdetectors, ingesteld net even onder de 40kHz, is goed te horen wanneer de dieren uitvliegen. We zijn gestopt, met tellen nadat er zo'n 15 minuten niets meer naar buiten kwam of toen eerste dieren terugkeerden bij de kolonie.

Voorafgaand aan de telling

In de week voorafgaand aan de telling is gekeken of de bekende verblijfplaatsen ook dit jaar in gebruik waren. In Zuid-Holland zijn nog twee kraamverblijfplaatsen bekend: Reeuwijk (1b) en Waddinxveen (2). Aangrenzend in Noord-Holland is een kraamverblijf in Uithoorn bekend (6).

Meervleermuis locaties 2012

Figuur 1, de nog 'actieve' kraamverblijven zijn aangemerkt met een stip, de vernietigde of verlaten kraamverblijven met een kruis.

De kolonie in Aerlanderveen is in 2007, door toedoen van de eigenaar van de woning, grotendeels verdwenen (3a). Een klein deel van de oorspronkelijke groep van 300 dieren kwam te wonen in een ander verblijf (3b). In 2009 telden we daar nog 80 dieren, in 2010 en 2011 geen dieren. Ook dit jaar melden de bewoners van de woning in Aarlanderveen dat ze de meervleermuizen dit jaar nog niet hadden gezien. De kolonie in Aarlanderveen is daarom niet geteld

De groep in Kamerik (4a) is in 2002 gevonden en werd in 2004 door de eigenaar ingesloten. De dieren die waarschijnlijk 'ontvlucht' zijn (17 van de 180) hebben een tijdje in een naburig verblijf (4b) gezeten. Het is onduidelijk wat er met deze groep gebeurd is, vliegroute tellingen (tussen 2005 en 2009) leverden een afnemend aantal meervleermuizen op.

De woning van de groep meervleermuizen in Nieuwveen (5) is in 2009 tijdens een renovatie vernietigd. In 2010 en 2011 en ook dit jaar zijn geen meervleermuizen waargenomen in het territorium van deze groep. De kolonie in Nieuwveen is daarom niet geteld. De groep in Reeuwijk (1a) heeft na een gedwongen verhuizing in 2005 een nieuw verblijf gevonden (1b). Dit verblijf is van te voren bezocht en bleek in gebruik. Waddinxveen (2), de enige kraamkolonie in eigendom van een Natuurbeschermings organisatie (NM) ,was vooraf te controleren via de batcam die sinds kort weer online is: http://www.natuurmonumenten.nl/content/meervleermuizen-poseren-voor-batcam

Telling Reeuwijk

In Reeuwijk zit de de kolonie in een appartementsgebouw. Het complex is noord-zuid georienteerd en bestaat uit twee blokken die deels versprongen staan ten opzichte van elkaar. De dieren vlogen eerdere jaren aan de westzijde uit, uit een kier tussen de aanhechting van de twee blokken. Een kleiner aantal dieren vliegt her en der onder de dakranden uit. De aanhechting van de twee blokken aan de oostzijde (de andere kant van het gebouw) is afgesloten met een strip.

In totaal zijn (slechts) 201 uitvliegers geteld aan de westzijde. De eerste vleer vloog om 22:31 uur uit, de laatste werd even over half twaalf gehoord.

Vorig jaar werden er half juni nog 406 uitvliegers geteld. Natuurlijk probeer je dan een verklaring te vinden voor de huidige (lage) telling. De telling dit jaar vond 4 weken later plaats dan vorig jaar maar het lage aantal lijkt niet alleen hierdoor te verklaren. Het kraamverblijf in Waddinxveen is tussen 2002 en 2009 om de drie weken geteld in de periode april – september. Daaruit bleek dat de afname van de groepsgrootte na het maximum in half juni vrij geleidelijk afneemt.

Een avond na de telling heeft één van de tellers toevalling nog even kort bij de kolonie gekeken. Toen werden met zekerheid zes uitvliegende vleermuizen van onder de daklijst op de hoek gezien. Ook vlogen vleermuizen onder een ander deel van het pand onder de daklijst uit. Mogelijk zijn dus tijdens de telling een aantal dieren gemist.

Kraamverblijf Reeuwijk gezien vanaf Westzijde

Figuur 2, de aanhechting van de twee panden. Vleermuizen vliegen over de hele hoogte van de kier uit.


Figuur 3, een deel van de tellers in Reeuwijk aan het werk. Foto: Carolien van der Graaf

Telling Waddinxveen

Het kraamverblijf is bekend sinds begin jaren 90 en is gevestigd in een bedrijfspand direct aan de Coenecoopbrug over rivier de Gouwe. Het pand is als preventieve beschermingsmaatregel in 2008 aangekocht door Natuurmonumenten en gaat sindsdien door het leven als natuurgebied 'Coenecoop Kolonie'. Het pand is daarna geoptimaliseerd als kraamverblijf en onderzoekslocatie.

Waddinxveen telling Noordkant

Waddinxveen telling zuidkant

Figuur 4 en 5, tellers aan de zuidzijde resp noordzijde van de 'Coenekoop kolonie'. Beide foto's: Bart Noort.

Aan de voorzijde en achterzijde zijn ieder 3 uitvliegopeningen. Gedurende het jaar hebben de dieren een voorkeur voor de noordkant. Tijdens de zoogtijd kiezen de dieren tijdelijk de zuidkant (Bochove, 2007). Aan de zuidkant telden drie tellers ieder een uitvliegopening, aan de noordzijde telden twee tellers. In totaal zijn 286 uitvliegers geteld tussen 22.20 uur (1e uitvlieger) en 23:30 uur (stop telling). Aan de zuidkant telden we 210, 50 en 13 uitvliegers voor resp. linker, middelste en rechter gat. Aan de noordkant telden we 0, 1 en 12 uitvliegers voor respectievelijk linker, middelste en rechter gat.

Bescherming in orde?

Helaas is alleen het kraamverblijf Waddinxveen is veiliggesteld doordat Natuurmonumenten dit pand heeft aangekocht. De andere verblijfplaatsen zijn of waren in particulier eigendom en vallen niet binnen Natura 2000 gebieden en of andere vormen van gebiedsbescherming. De soort is welliswaar beschermd, maar actieve handhaving vind niet plaats. In de praktijk betekent dit dat regelmatig een kraamverblijfplaats meervleermuizen (100 tot 300 dieren) is vernietigd tijdens renovatie of dat de dieren als plaag zijn bestreden, bijvoorbeeld door het afsluiten van invliegopeningen (Haarsma, 2011).

Meervleermuis simultaantelling 2013

Volgend jaar zal de telling op vrijdagavond 21 juni 2013 plaatsvinden. Regelmatig bezoek van verblijfplaatsen en contact met de particuliere eigenaren is de beste beschermingsmaatregel die werkt. De situatie kan dan van jaar tot jaar gevolgd worden (maak ook foto's of video-opnamen van de situatie ter plekke). Door regelmatig contact tussen vleermuiswerkers en verblijfplaatseigenaren blijven de eigenaren het nut van het behoud van "hun" vleermuizen inzien. Een ander voordeel is dat toekomstige conflictsituaties, zoals verbouwingsplannen, op tijd kunnen worden opgemerkt. Als Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland kunnen we eigenaren adviseren en assisteren en samen met bevoegd gezag naar vleermuisvriendelijke oplossingen zoeken.

We zijn natuurlijk op zoek naar de verdwenen kolonies. Mocht iemand aanwijzingen hebben voor een verblijfplaats dan zijn we zeer geïnteresseerd (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)!

Deelnemers aan de telling in 2012

Reeuwwijk: Leonie de Kluys, zoon Tom en man Arjan, Carolien van der Graaf, Sanne Hof, Marianne Heijkoop

Waddinxveen: Bertrik Sikken, Bernard van Duijnen, Veronika Ramovš, Bart Noort, Gerben Achterkamp

Literatuur:

• Haarsma, A.J.; Tuitert, A.H., (2009). An overview and evaluation of methodologies for locating the summer roosts of pond bats (Myotis dasycneme) in the Netherlands. Lutra 52 (2009)1. - ISSN 0024-7634 - p. 47 - 64.

• Haarsma, A-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

• Bochhove, K van. (2007). Samenvatting presentatie Vlendag: Het uitvlieggedrag van de meervleermuis van de Coenecoop kolonie. VLEN- Nieuwsbrief nr. 53 Jaargang 19 2007-3.