Resultaten meervleermuis simultaantelling Zuid-Holland 2015

In het derde weekend van juni vond de landelijke (jaarlijkse) telling van meervleermuis kolonies plaats. Hierbij zijn’s avonds het aantal uitvliegers uit kraamverblijfplaatsen geteld (vrouwtjes en jongen). De jaarlijkse telling is belangrijk vanuit beschermingsoogpunt en geeft informatie voor het bepalen van populatietrends.
In Zuid-Holland werden op 19 juni de drie bekende meervleermuis verblijfplaatsen geteld: Waddinxveen (Coenecoop), Reeuwijk en Nieuwveen. Door Natuur- en Vogelwacht Biesbosch werd bij twee verblijfplaatsen even ten zuiden van de Biesboch (provincie Noord-Brabant) geteld: Wagenbergen en ’s Gravenmoer.
In totaal werden bij deze 5 verblijfplaatsen 512 uitvliegende meervleermuizen geteld.

Materiaal en Methode

De meervleermuis vliegt meestal een half uur na zonsondergang uit. Op 19 juni ging de zon om 22.03 onder. De dieren vliegen uit één of meer uitvliegopeningen in de muur op enige hoogte. Tellers nemen plaatsen bij een uitvliegopening en posioneren zich zo dat zij de dieren zien uitvliegen met de lucht als achtergrond. Met een batdetector is goed te horen wanneer de dieren uitvliegen (40 kHz). De telling begint bij de eerste uitvlieger en stopt nadat er zo'n 15 minuten niets meer naar buiten komt of nadat de eerste dieren terug keren.

Resultaten

Per kolonietelling worden de resultaten kort besproken. Meervleermuistellingen 2015

Nieuwveen
Geteld 19 juni 2015
Totaal 182 uitvliegers (161 rechts, 21 links)
1e dier om 22:33, laatste dier om 23:35
Tellers: Bart Noort en A-J.
Opvallend: de bewoonster was op vakantie, de buren zijn ingelicht. Ook kort met hen gesproken over omgang met evt. klachten en hoe die op te lossen. Het gaat om huurhuizen van Vestia waar wellicht de komende jaren werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (gevel nog niet geisoleerd, stootvoegen nog open). Pas vijf minuten voor eerste uitvlieger was het eerste gepiep te horen. Aan eind van telling zaten duidelijk nog jonge dieren binnen.

Waddinxveen Coenekoop
Geteld 19 juni 2015
Totaal 8 uitvliegers (6 uit noordkant, 2 uit zuidkant)
1e dier: 22:33 uur, laatste dier: 23:16
Tellers: Bertrik Sikken, Kees Mostert, Carolien van der Graaf
Opvallend: Na het laatste dier klonk nog wel geluid uit de zuidzijde maar het leek niet om meer dan 1 a 2 dieren te gaan. Bij een bezoek aan het pand op 24 juni werden meervleermuizen in de spouwmuur waargenomen. Een bezoek aan de naastgelegen woonwinkel en gesprek met de eigenaren gaf geen aanleiding om te denken aan uitgevoerde werkzaamheden om het verblijf ongeschikt te maken noch gaf het een vermoeden van opzettelijke verstoring van de dieren.

Op 7 juli is een tweede telling uitgevoerd
Totaal 18 uitvliegers (9 uit noordkant (rechtergat), 9 uit zuidkant (linkergat))
1e dier: 22:45, laatste dier: 23:39
Tellers: Bertrik Sikken, Niels de Zwarte
Opvallend: Bij aankomst rond 22u zat een juveniele torenvalk in het raamkozijn, een vrouwtje zat op nest(locatie) onder de brug. De meervleermuismuizen maakten voor uitvliegen nauwelijks gekwetter. In door bureau Stadsnatuur Rotterdam uitgeplozen torenvalk braakballen (ter plaatse verzameld) werden alleen resten van woelmuis en een stukje zwarte vacht (mol?) gevonden. Onder het nest lag een kadaver van een piepjong konijn.
Het totaal van maar 8! en 18! dieren is opmerkelijk en beangstigend. De afgelopen 15 jaar weden er altijd tussen de 181 en 286 dieren geteld.

Reeuwijk
Totaal 160 uitvliegers
1e uitvlieger: 22.23 uur, laatste uitvlieger om 23.45 uur
Tellers: Sander Elzeman, Leonie de Kluys, Gerben Achterkamp
Opvallend: veruit de meeste dieren vlogen uit de spleet waar de twee versprongen panden elkaar raken. Ca. 15 dieren vlogen uit vanonder het boeiboord van het zuidelijke pand en noordelijke pand. Een bewoner helpt nu al twee jaar met tellen en houdt een oogje in het zeil.

‘s Gravenmoer
Totaal 77 langsvliegers (gepost bij de Donge)
Geteld: donderdag 2 juli 2015
1e langsvlieger: 22:34, laatste langsvlieger 23:46uur.
Tellers: Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Rob Haan en anderen)
Opvallend: in de wijk waar al meerdere jaren verblijfplaatsen zijn (4 bekende adressen) vlogen uit één woning 24 en uit een ander adres 2 dieren uit. Het merendeel van de dieren zat op een onbekende locatie. Daarom is besloten om in de avond een telling op vliegroute richting Biesbosch te doen. Deze telling is gedaan bij het riviertje de Donge op het punt waar ze vanuit de wijk het water gaan volgen.

Wagenberg
Totaal 75 uitvliegers
Geteld: donderdag 25 juni 2015
Tellers: Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Rob Haan en anderen)
Bijzonderheden: de dieren maken deel uit van de ‘Biesbosch’ populatie. Het aantal van 75 komt aardig overeen met 92 in 2014 en 73 in 2011.

Waarom tellen?
De meervleermuis is een bijzondere vleermuissoort. In Nederland is de soort redelijk algemeen, in de rest van Europa is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam. We dragen dus een grote verantwoordelijkheid voor deze zoogdiersoort. Tijdens de wintertellingen wordt de meervleermuis slechts zelden waargenomen, waardoor fluctuaties in populatie aantallen moeilijk zijn te bepalen. Zomertellingen zijn belangrijk om toe- of afname van de populatie te bepalen. Het simultaan tellen van alle Nederlandse kraamverblijven lijkt hiervoor de beste methode. In 2016 vind de jaarlijkse telling in het weekend van 17 t/m 19 juni plaats. Meer informatie over zomertellingen is te vinden op: www.vleermuizentellen.nl

Door: Gerben Achterkamp
https://nl-nl.facebook.com/pages/Zoogdierenwerkgroep-Zuid-Holland

www.vleermuizentellen.nl/ruwe-data/meervleermuis.html

 

Trend meervleermuizen: wintertellingen vs zomertellingen

Het verloop van het aantal meervleermuizen in de 32 gemonitoorde zomerverblijven in Nederland is in onderstaande grafiek met een rode lijn weergegeven. Hierbij dient 1994 als ijkjaar, hier is de populatie 100%. Het verloop van de populatie trend wordt weergegevens ten opzichte van het ijkjaar. In 2015 is de populatie 80% van het ijkjaar, wat duidt op een lichte afname.

De meervleermuis wordt in de winter ook gemonitoord (Dijkstra et al 2008, zie Lijst publicaties). De meervleermuis overwinterd hierbij in drie grote bolwerken: ca 350-450 dieren in bunkers langs de kust van Zuid-Holland (Atlantikwall), ca. 60-100 dieren in ondergrondse oobjecten in Gelderland (Hoge Veluwe) en ten slotte 80-120 dieren in mergelgroeven in Limburg. In andere plekken komt de meervleermuis in de winter sporadisch en vaak in lage aantallen voor. Bij de wintermonitoring dient 1986 als ijkjaar (100%, niet weergegeven in deze grafiek). Het gebruik van bekende (en daarmee beschermde/ ingerichte) winterobjecten door meervleermuizen neemt sterk toe (blauwe lijn).

Bron (tekst in kader, grafiek en kaart ): www.vleermuizentellen.nl/trend/meervleermuis.html

Meervleermuistellingen 2015 trend zomer vs winter

Meervleermuistellingen 2015 bekende kraamverblijven Nederland