Resultaten meervleermuis simultaantelling Zuid-Holland en noorden Noord-Brabant 2016

In het derde weekend van juni vond de landelijke (jaarlijkse) telling van meervleermuis kolonies plaats. Hierbij zijn’s avonds het aantal uitvliegers uit kraamverblijfplaatsen geteld (vrouwtjes en jongen). In totaal werden bij 6 verblijfplaatsen 707 uitvliegende meervleermuizen geteld.

 


De jaarlijkse telling is belangrijk vanuit beschermingsoogpunt en geeft informatie voor het bepalen van populatietrends.

In Zuid-Holland werden op 17 en 18 juni de drie bekende meervleermuis verblijfplaatsen geteld: Waddinxveen (Coenecoop), Reeuwijk en Nieuwveen. Op 2 juli werd Aarlanderveen nog bekeken, daar werden wel laatvliegers geteld maar geen meervleermuizen.
Door Natuur- en Vogelwacht Biesbosch werden op 23 juni en 1 juli twee verblijfplaatsen even ten zuiden van de Biesboch (provincie Noord-Brabant) geteld: Wagenberg en ’s Gravenmoer.

 

Materiaal en Methode
De meervleermuis vliegt meestal een half uur na zonsondergang uit. Op 18 juni ging de zon om 22.03 onder. De dieren vliegen uit één of meer uitvliegopeningen in de muur op enige hoogte. Tellers nemen plaatsen bij een uitvliegopening en posioneren zich zo dat zij de dieren zien uitvliegen met de lucht als achtergrond. Met een batdetector is goed te horen wanneer de dieren uitvliegen (40 kHz). De telling begint bij de eerste uitvlieger en stopt nadat er zo'n 15 minuten niets meer naar buiten komt of nadat de eerste dieren terug keren.

 

Resultaten
Per kolonietelling worden de resultaten kort besproken

 

Nieuwveen
Geteld zaterdag 18 juni 2016
Totaal 196 uitvliegers (161 rechts, 21 links)
1e dier om 22:36, laatste dier om 23:18
1e invlieger: ca. 23.08 uur
Tellers: Bart Noort en A-J Haarsma.
Weer: zwaar bewolkt, bewolking 100%, geen maan te zien, wind: 3, droog, enkele spatjes aan eind avond
Telling m.b.v. Pettersson D100 en het blote oog.
Opvallend: Alle dieren vlogen uit rechterkant van kopgevel (nr 26) vlak naast een stuk kippengaas. Op nr 22 (midden in rijtje) zijn jonge dieren in de spouw te horen via de ventilatiegaten van het toilet en de spouw (opname Bart Noort). De eigenaresse op nr 26 was (weer) op vakantie, wel met buren gepraat. Ook kort met hen gesproken over omgang met evt. klachten en hoe die op te lossen. Het gaat om huurhuizen van Vestia waar wellicht de komende jaren werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (gevel nog niet geisoleerd, stootvoegen nog open). Pas vijf minuten voor eerste uitvlieger was het eerste gepiep te horen. Aan eind van telling zaten duidelijk nog jonge dieren binnen.
Overige waarnemingen: gewone dwergvleermuis, aantal fouragerende dieren gedurende de avond.

 

Waddinxveen Coenekoop
Geteld vrijdag 17 juni 2016
Totaal 116 uitvliegers (allemaal uit noordkant, 2 uit zuidkant) (vorig jaar 8 en 18)
1e dier: 22:37 uur, laatste dier: 23:37
1e invlieger: 23.31 (enige invlieger)
Tellers: Garry Bakker, Petra Flikweert (noordkant); Frank van der Knaap, Bertrik Sikken (zuidkant).
Weer: helder, bewolking 3/8, maan, wind: variabel 2, droog.
Telling m.b.v. o.a. Pettersson D240x en het blote oog.
Opvallend: Alle drie de uitvliegopeningen noordkant waren in gebruik met de nadruk op de twee westelijke (rechterkant).
Overige waarnemingen: Ruige dwergvleermuis: kort ter plaatse op Coenecoopbrug, sociaal roepend, om ca 22:40 uur; Gewone dwergvleermuis (regelmatig passerend, foeragerend en sociaal).

 

Reeuwijk
Geteld: zaterdag 18 juni 2016
Totaal 183 uitvliegers (vorig jaar 160)
1e uitvlieger: 22.25 uur, laatste uitvlieger om 23.45 uur
1e invlieger: 23.17 uur
Tellers: Leonie de Kluys, Tom van der Hulst, Gerben Achterkamp
Weer: zwaar bewolkt, bewolking 100%, geen maan te zien, wind: 3, droog, enkele spatjes aan eind avond
Telling m.b.v. 2 Pettersson D100 en het blote oog.
Opvallend: veruit de meeste dieren vlogen uit de spleet waar de twee versprongen panden elkaar raken. Ca. 15 dieren vlogen uit vanonder het boeiboord van het zuidelijke pand en noordelijke pand. Na 23.00 uur vlogen ca. 10 dieren vanaf 1 a 2 meter boven de grond uit en langs de tellers door de lucht in. Mogelijk de eerste jonge dieren die meevliegen? Om 23.17 uur hadden we een terugvlieger, deze is na een paar rondjes vliegen voor de ingang weer weggevolgen.
Overige waarnemingen: gewone dwergvleermuis gedurende de avond, Laatvliegers werden niet waargenomen.

 

‘s Gravenmoer
Geteld: vrijdag 1 juli 2016
Totaal 89 uitvliegers
Tellers: Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Rob Haan en anderen)
Weer: om 22.00 uur nog regen om 22.15 droog tot 24.00 uur en daarna weer miezeren.
Opvallend: Dieren vlogen uit twee van de zes bekende verblijfplaatsen in de wijk, de hele buurt lijkt geschikt. Uitvliegende dieren lijken vrijwel allemaal vanuit de kolonie naar het noorden (Biesbosch) vliegen en niet naar het zuiden richting Dongen.De eerste telling op 23 juni mislukte vanwege enorme plensbuien en knetterend onweer.
Overige waarnemingen: jagende Water, Grootoor, Gewone dwerg, Ruige dwerg, Laatvlieger en bedelende jonge Ransuilen.

 

Wagenberg
Geteld: donderdag 23 juni 2016
Totaal 123 uitvliegers (record)
Tellers: Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Rob Haan en anderen)
Weer: Ongeveer op het moment van uitvliegen (22.45) werd het geleidelijk aan droog.
Opvallend: De kolonie in Wagenberg zit in het bekende huis, eigenlijk 2 adressen maar
de grootste bups bij elkaar en in het andere huis soms 1, 2 en maximaal 4.

 

Waarom tellen?
De meervleermuis is een bijzondere vleermuissoort. In Nederland is de soort redelijk algemeen, in de rest van Europa is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam. We dragen dus een grote verantwoordelijkheid voor deze zoogdiersoort. Tijdens de wintertellingen wordt de meervleermuis slechts zelden waargenomen, waardoor fluctuaties in populatie aantallen moeilijk zijn te bepalen. Zomertellingen zijn belangrijk om toe- of afname van de populatie te bepalen. Het simultaan tellen van alle Nederlandse kraamverblijven lijkt hiervoor de beste methode. In 2017 vind de jaarlijkse telling in het weekend van 16 t/m 18 juni plaats.
Meer informatie over zomertellingen is te vinden op: www.vleermuizentellen.nl

Door: Gerben Achterkamp
http://www.zwgzh.nl/
https://nl-nl.facebook.com/pages/Zoogdierenwerkgroep-Zuid-Holland
http://vleermuizentellen.nl/ruwe-data/meervleermuis.html

 

Trend meervleermuizen: wintertellingen vs zomertellingen
Het verloop van het aantal meervleermuizen in de 32 gemonitoorde zomerverblijven in Nederland is in onderstaande grafiek met een rode lijn weergegeven. Hierbij dient 1994 als ijkjaar, hier is de populatie 100%. Het verloop van de populatie trend wordt weergegevens ten opzichte van het ijkjaar. In 2015 is de populatie 80% van het ijkjaar, wat duidt op een lichte afname.

De meervleermuis wordt in de winter ook gemonitoord (Dijkstra et al 2008, zie Lijst publicaties). De meervleermuis overwinterd hierbij in drie grote bolwerken: ca 350-450 dieren in bunkers langs de kust van Zuid-Holland (Atlantikwall), ca. 60-100 dieren in ondergrondse oobjecten in Gelderland (Hoge Veluwe) en ten slotte 80-120 dieren in mergelgroeven in Limburg. In andere plekken komt de meervleermuis in de winter sporadisch en vaak in lage aantallen voor. Bij de wintermonitoring dient 1986 als ijkjaar (100%, niet weergegeven in deze grafiek). Het gebruik van bekende (en daarmee beschermde/ ingerichte) winterobjecten door meervleermuizen neemt sterk toe (blauwe lijn).

 

 Bron (tekst in kader en grafiek): www.vleermuizentellen.nl/trend/meervleermuis.html

 

Bron: www.vleermuizentellen.nl/kaarten/meervleermuis.html